Liefste dagboek… van een wiskundige

14/06/2016 door Johannes Nicaise

Van de Arenbergcampus in Leuven naar Imperial College in Londen. Johannes Nicaise getuigt over het grote verschil in aanpak op vlak van onderwijs. Vele schouders dragen het werk. Maar dat laat zich voelen in de studiekost…

The cost of tuition

In september 2015 ben ik verhuisd van de Arenbergcampus in Leuven naar die van Imperial College in Londen. Dat bracht op verschillende fronten een kleine cultuurschok teweeg. Ik wil het hier niet hebben over de krankzinnige huurprijzen of de problematische verkeerssituatie in Londen, al zijn dat wel zaken die stevig hun stempel drukken op het leven van elke dag. Ik wil een bescheiden vergelijking maken tussen de onderwijsorganisatie aan Imperial College en aan de Vlaamse universiteiten, zonder een sluitend oordeel te vellen over welk systeem de voorkeur verdient. Dit is eerder een neerslag van enkele persoonlijke indrukken, zoals dat hoort in een dagboek.

Het meest in het oog springende verschil is het systeem van tutoraat voor bachelorstudenten. Aan het begin van het academiejaar kreeg ik drie eerstejaarsstudenten toegewezen, die ik persoonlijk zal begeleiden tot ze hun bachelorstudies hebben voltooid. Omdat Imperial College veel studenten uit Azië aantrekt, heb ik nu één student uit Maleisië en twee uit China onder mijn vleugels. Dat had kunnen leiden tot communicatiestoornissen van taalkundige en culturele aard. Mijn studenten hebben zich echter erg snel aangepast aan het Londense leven, en het contact verliep van bij het begin opperbest. We ontmoeten elkaar elke week om gedurende één uur van gedachten te wisselen over de vakken uit hun curriculum en hun ervaringen aan de universiteit. De opdracht van de tutor wordt omschreven als pastoral care. Wanneer een student persoonlijke problemen heeft, is het de tutor die op zoek gaat naar de gepaste kanalen die een oplossing kunnen bieden.

Ook op academisch vlak houdt de tutor een oogje in het zeil. Onze eerstejaars leggen elke week een test af voor elk van hun vakken. Al die testen worden nauwkeurig gecorrigeerd en van commentaar voorzien, ook al tellen ze nauwelijks mee voor het eindresultaat. De gecorrigeerde exemplaren worden meteen aan de tutor bezorgd, die zo een goed beeld heeft van de academische vorderingen van de studenten. Ik heb het geluk dat mijn studenten goed in hun vel zitten en over het algemeen weinig moeite hebben met de leerstof, zodat we ons uur kunnen gebruiken om samen wat uitdagende problemen te bekijken of de wiskunde vanuit een bredere perspectief kunnen beschouwen. Het viel echter ook al voor dat een collega amoureus advies moest verstrekken aan een verlegen Chinees meisje dat absoluut niet wist hoe ze moest omgaan met de avances van een Britse klasgenoot.

Een typisch vak aan Imperial College beslaat drie contactmonenten van vijftig minuten per week, gedurende een periode van tien weken. Daarnaast zijn er office hours die de studenten druk bezoeken om bijkomende vragen te stellen. Projectwerk neemt in het programma een belangrijke plaats in. Voor elk vak krijgen de studenten drie uitgebreide opdrachten per semester waarmee ze telkens twee weken zoet zijn. Voor de onderzoeksgeoriënteerde studenten zijn er bijkomende projecten, in groep of individueel, na de examenperiode of in de zomervakantie. Ten slotte biedt de London School of Geometry and Number Theory, een gezamenlijk initiatief van Imperial College, het University College en het King’s College, een brede waaier aan gevorderde vakken voor studenten in het eerste jaar van hun doctoraat, gedoceerd door internationale experten. Ik heb me al vaak bedacht dat ik in mijn doctoraatsjaren maar al te graag een vergelijkbaar aanbod had gehad.

Blijft er naast al die onderwijsactiviteiten voldoende tijd over voor onderzoek? Je zal een wetenschapper zelden horen beweren dat zij of hij voldoende tijd heeft en er zijn zeker periodes in het jaar dat onderzoek grotendeels naar de achtergrond gedrukt wordt. Maar al bij al oogt de balans vrij fraai: naast mijn opdracht als tutor en begeleider van projectwerk geef ik slechts één vak, dat dus tien weken bestrijkt. Een eerste reden voor die comfortabele situatie is dat Imperial College me toelaat mijn projectmiddelen te gebruiken om mijn onderwijsopdracht en administratieve verantwoordelijkheden met de helft te reduceren. Dit systeem is, anders dan aan sommige Vlaamse instellingen, voor iedereen toegankelijk en volledig transparant. Maar zelfs een volledige onderwijsportefeuille bestaat nog steeds uit slechts één vak per semester. Dat brengt ons bij de tweede reden: het departement wiskunde aan  Imperial College heeft een zeer groot contingent permanente leden, zodat de taken over vele schouders kunnen worden verdeeld.

Voor dat contingent is uiteraard een adequaat budget nodig. De huidige Britse regering zal niet gauw betrapt worden op enige generositeit tegenover de onderwijssector of om het even welke andere publieke sector. De sociale ongelijkheid in Groot-Brittannië vind ik ronduit choquerend. Imperial College is echter behoorlijk succesvol in het verwerven van nationale en internationale projectfinanciering, zodat onze situatie een stuk rooskleuriger is dan die van de meeste andere Britse universiteiten. Daarnaast voeren we sterk campagne om internationale studenten aan te trekken. Ik schat dat zowat de helft van onze eerstejaars uit Azië afkomstig is, en het leeuwedeel van hen uit China. Daardoor zitten er meer dan 200 eerstejaars op onze banken, een cijfer waarvan de wiskundedepartmenten in Vlaanderen al decennia alleen maar kunnen dromen.

Die grote instroom uit Azië heeft ook een impact op het meest delicate aspect van onze financiering: de inschrijvingsgelden. De Britse overheid legt voor alle universiteiten een bovengrens op van 9.000 pond per jaar (in 2009 was dat nog 3.225 pond, de tendens is duidelijk). Pikant detail: die bovengens geldt enkel voor studenten uit de Europese Unie (en na 23 juni misschien enkel voor de Britse studenten), de anderen leggen maar liefst 24.000 pond op tafel. De overheid heeft het systeem van studiebeurzen vervangen door studieleningen, met de bescheiden sociale correctie dat de terugbetalingssnelheid afhankelijk is gemaakt van het salaris van de alumnus. Niet meteen de beste manier om de uitgesproken sociale stratificatie in het Verenigd Koninkrijk te doorbreken. Ik voel me ongemakkelijk bij die economische selectie aan de ingangspoort, die eigenlijk al begint in de peperdure elitescholen die hun leerlingen klaarstomen voor de toegansproeven van de Britse topuniversiteiten.

Drie lichtpuntjes toch, tot besluit: voor die bom studiegeld krijgt elke student een uitstekende begeleiding op maat, die de zwaar onderbestafte Vlaamse departementen zelden kunnen verschaffen, alle goede wil en talloze overuren ten spijt. De alumnus die met een diploma wiskunde van Imperial College in de Londense City aan de slag gaat, zal bovendien in een oogwenk zijn investering hebben terugverdiend. Het Britse systeem zorgt ervoor dat mensen die voordeel halen uit het universitair onderwijs (door middel van een betere job met een hoger salaris) ook degenen zijn die ervoor betalen, zodat de studiegelden in zekere mate als een persoonlijke belegging kunnen worden gezien. In Vlaanderen betaalt elke belastingplichtige een flinke bijdrage voor onze universiteitsstudenten, ook zij die van dat onderwijs geen gebruik kunnen of willen maken. Ten slotte vertaalt het hoge prijskaartje zich positief in de attitude van de studenten. De meesten zijn doordrongen van het besef dat hun studie een unieke kans is die ze ten volle moeten benutten. Ik moet zeggen dat ze gevoelig actiever en dynamischer zijn dan de studenten die ik in Leuven in de aula heb gehad (al zijn er uiteraard belangrijke uitzonderingen), en dat ze intensief gebruik maken van al wat hen in de hoorcolleges en daarbuiten wordt aangereikt. De verborgen studiekost aan de Vlaamse universiteiten zorgt er misschien voor dat een studiejaar soms als een al te vrijblijvend consumptieproduct wordt aangezien.

johannesnicaise

Johannes Nicaise

Bekijk persoonlijke pagina