Liefste dagboek… van een systeembioloog

08/01/2016 door Lennart Martens

Wat als het licht uitvalt in het auditorium? Lennart Martens maakt van de nood een deugd: in de gezellige schemering van smartphonelichtjes stelt hij zijn studenten een belangrijke vraag: “Waarom zijn jullie hier?”

Ik ben met de fiets onderweg naar de les, en niet eens zomaar een les: míjn les. Nog een geluk dat het niet regent, al zal die regen later wél komen. Maar dat is voor straks. In het auditorium zijn de meeste studenten al op post, met een kleine thermoskan of waterfles paraat op hun tafeltje. Ik heb zelf ook zo’n thermos bij me, en ik neem een slok hete thee – té hete thee. Het wordt ongetwijfeld een goeie dag.

Vandaag geef ik twee lesuren na elkaar. Volgens de een of andere onverbiddelijke logica duurt elk lesuur anderhalf uur. Dat is zo’n beetje als een werkweek, maar dan omgekeerd. Na het eerste lesuur (afgeklokt op 75 minuten) is er een kwartiertje pauze om de mentale batterijen eventjes op te laden, en net als ik volop van start wil gaan met het tweede lesuur, valt de elektriciteit uit. Het auditorium is meteen aardedonker, behalve het gezicht van die ene student die de cursus op zijn tablet volgt. Dan knippen een na een de ledflitsers van smartphones aan. Ze beginnen als dronken dwaallichtjes door het auditorium te zwerven. Gelukkig is het plafond wit en ken ik een simpel trucje uit de fotografie. Ik vraag de studenten om hun telefoons met het ledje omhoog op hun tafeltje te leggen en binnen enkele seconden hebben we een gezellige schemering geschapen.

Omdat de projector het zonder elektriciteit uiteraard ook laat afweten en de studenten het bord al evenmin kunnen zien, besluit ik om van de nood een deugd te maken en een gesprek met de studenten aan te gaan. De kernvraag is: “Waarom zijn jullie hier?” Het antwoord is duidelijk: om een diploma te behalen, want dat levert een goede job op. Dat antwoord vreesde ik al een beetje. Het is een sterke en alomtegenwoordige drijfveer: dat (weliswaar enigszins elegante) stukje papier dat een succesvolle student aan het einde van de rit opwacht. Maar is dat nu echt de enige reden om hier te zijn? De studenten blijven verdacht stil. Ik vertel hen over een studie in de VS, waaruit bleek dat universiteitsstudenten bij het begin van hun studententijd ongeveer even goed (of slecht) scoorden op een test van algemene kennis als op het einde van hun studententijd. De studenten kijken wat bedeesd in het schemerlicht. Ik durf niet goed te vragen hoe zij op zo’n test zouden scoren na hun drie jaar aan de universiteit. Ik besluit het over een andere boeg te gooien: ze hebben best wel wat vrije tijd en ze hebben toegang tot zowat elke les, de universiteitsbibliotheek en een eindeloze hoeveelheid kennis en informatie op het internet – van Wikipedia over onlinecursussen (de zogenaamde Massive Online Open Courses of MOOCs) tot de complete wetenschappelijke literatuur. En wat ze dan misschien doen met die mogelijkheden? Het blijft erg stil.

Nu ja, er moet niet altijd aan studie gedaan worden. Er is ook cultuur: opera, theater, musea… Twee of drie muziekfanaten zwaaien enthousiast dat ze wel eens naar de opera gaan. Ik hoop stilletjes dat het concept van exploratie intussen toch geplant is bij enkelen en dat ze hun neus eens zullen durven te volgen in hun vrije tijd. Er is zoveel te leren en zoveel te vragen dat een beetje échte student geen enkel excuus heeft om zich ooit te vervelen. Ik weet zelf nog het meest van al de dingen die ik naast de lessen ontdekt en geleerd heb. Want daarover was er geen examen, en dus bestudeerde ik ze alleen uit interesse.

Dat brengt me bij de hamvraag: “Wie heeft er actief en bewust voor gekozen om in deze richting te zitten?” In het halfduister deduceer ik dat ongeveer de helft overtuigd de hand opsteekt. De andere helft is er dus ‘in terecht gekomen’. Fair enough, ik heb zelf mijn studiekeuze indertijd grotendeels bepaald door eliminatie. Dan, tegen beter weten in, toch nog eentje om het af te leren: voor de bewuste kiezers, is de richting wat ze ervan verwacht hadden? Er blijven nog maar enkele handen over.

Ik besluit dat we genoeg van onze smartphonebatterijen gevraagd hebben en schort de les op. De studenten lichten elkaar bij terwijl ze het auditorium verlaten en ik controleer als laatste of we geen vredig slapende student zijn vergeten. Een prof is een beetje een kapitein – die verlaat ook pas als laatste het gezonken schip. De deur naar het nu weer volledig duistere auditorium valt met een zware klap achter me dicht. Buiten merk ik dat het volop aan het regenen is. Ik laat de druppels op mijn gezicht vallen en bedenk dat ik eigenlijk erg weinig weet over druppelvorming in wolken. Straks zeker eens op Wikipedia kijken. Met wat geluk weten we daarover helemaal nog niet zoveel en ligt daar een deel van de wetenschap van morgen op ons te wachten. I can’t wait!

 

Lennart Martens

LennartMartens

Lennart Martens

Bekijk persoonlijke pagina