Liefste dagboek… van een neuropsycholoog

29/01/2015 door Hans Op de Beeck

De leden van de Jonge Academie houden beurtelings een dagboek bij. Elk van hen belicht een ander aspect van het leven van een wetenschapper: het schrijven aan een tekst, peer-review, onderwijs, veldwerk, archiefwerk, enz. Maar behalve wetenschapper, onderzoeker en professor,  zijn de leden van de Jonge Academie ook vriend, collega, moeder, vader, enz. In de dagboeken leest u hoe het leven van een wetenschapper er ècht uitziet. Maandelijks publiceren we een nieuw dagboek.

Manusje van alles

 

“We moeten rennen, springen, vliegen, duiken, vallen, opstaan en
weer doorgaan.
We kunnen nu niet blijven, we kunnen nu niet langer blijven staan.”

Opzij – Herman Van Veen

 

8u00. Ontbijt. “Moet je deze week geen les geven, papa? Maar hoe komt het dan dat je gisteren zo laat thuis was? En dan nog op je laptop zat? Wat doe jij dan de hele dag?”

Bij nader inzien was het geen goed idee om haar met de mond vol ontbijt gestelde vraag “Heb je gisteren eigenlijk les gegeven?” te beantwoorden met de mededeling dat ik deze week inderdaad helemaal geen les geef. Waar houd ik mij dan in godsnaam de hele dag mee bezig eens ik de kinderen naar school heb gebracht?

Mijn dochter is niet de eerste die zich deze vraag stelt. Pascal Smet, onze vorige minister van onderwijs, stelde zich blijkbaar net diezelfde vraag. En hij voegde er bij wijze van antwoord meteen aan toe dat iedereen harder zou moeten werken, om te beginnen zeker al die proffen die gemiddeld maar 8 uur per week lesgeven.

Hebben professoren dan een droomjob, op maat gesneden voor wie liever lui is dan moe?

Ik betwijfel het. Veel collega’s draaien hun hand niet om voor weken van 60 uur en meer. En ook het vervolg van mijn dagboek illustreert geen overschot aan tijd:

8u30. Rit naar het labo. Het ideale moment om de aankomende dag en de vele lopende onderzoeken mentaal te overlopen. Bovendien worden de beste ideeën geboren op de meest onverwachte momenten. En we willen dat éne belangrijk inzicht waar we al zo lang op broeden niet missen, toch?

9u00. Mails beantwoorden. De belangrijkste mails heb ik al wel gelezen of behandeld tussen ontbijt en andere bezigheden door, maar nu is het tijd voor een aantal langere antwoorden. Het gevolg van een internationaal netwerk van collega’s is dat er ook in het midden van de nacht e-mails binnenkomen die niet als junk te categoriseren vallen. Dr. North in Boston en Dr. West in San Diego zijn misschien zelfs nog wakker, hopend op een snel antwoord. Gelukkig typ ik sneller dan mijn schaduw. Die uurtjes dactylo in het secundair waren de tijdsinvestering meer dan waard.

9u30. Peer Review. Eén mailtje heb ik even opzij gelegd. Ik ben toch wel te laat met een review zeker! Zoals zoveel tijdschriften geeft ook Nature Neuroscience slechts twee weken de tijd om een artikel te beoordelen. In dit geval had ik de editor vooraf laten weten dat ik de deadline onmogelijk zou halen en een weekje meer tijd zou nodig hebben. Die bijkomende week is sinds gisterenavond verstreken. Mijn dochter zou het niet graag horen, maar ik heb dus nog niet lang genoeg aan mijn laptop gezeten. Geen nood, de review is bijna af, mijn bedenkingen en suggesties ter verbetering staan al klaar. Nog even de tekst wat integreren, een beetje positieve feedback ter motivatie er bij (“Although I have a number of major comments which should be addressed, the authors present a very well-designed study of this topic which has the potential to lead to a significant contribution to the literature”) en voilà, ik heb weer een constructieve bijdrage verleend aan het in stand houden van de kwaliteit van mijn kleine stukje van de wetenschap.

9u55. Eén van mijn doctoraatsstudenten loopt binnen. Geen probleem, de deur van mijn bureau staat niet voor niets bijna altijd open. Hij heeft net een heel aantal personen ‘gescand’, wat in ons jargon wil zeggen dat ze in een MRI scanner hebben gelegen en we hun hersenactiviteit hebben gemeten tijdens de uitvoering van een bepaalde taak. De resultaten van de eerste statistische analyses zijn er. Het gesprek ontaardt al snel in een discussie over de mogelijke assumpties die we gemaakt hebben bij de keuze voor deze analyse-methode, en een heel lijstje aan punten dat nog verder moet worden nagegaan. De doctoraatsstudent weet weer wat doen en ik heb me gelukkig kunnen inhouden om zelf aan de slag te gaan met scripts aanpassen en analyses uitvoeren. Misschien is het voor ieders gemoedrust maar goed dat ik zelden de tijd heb om mij daar dagen aan over te geven. Al doe ik het graag – bij behoud van lijf en leden word ik na mijn pensioen terug postdoc.

11u. Sollicitatie. Door die discussie over cijfertjes en formules ben ik de tijd vergeten. Van postdocs gesproken. Er staat een sollicitante voor de deur, met afspraak. Ze is op doorreis, en komt mogelijk in aanmerking voor een open postdoc-positie in het labo. Tijd voor Hans de HR-manager! Het gesprek start vrij formeel, met vragen over diploma’s, ervaring, referenties, en interesses. Maar na 20 minuten zitten we al midden in een interessante conversatie over één van de controversiële thema’s in ons domein en welke experimenten eventueel in staat zouden zijn om de controverse te beslechten. Dit gaat goed. Papegaaien hebben we niet nodig; discussie, inzicht, en creativiteit des te meer.

12u. Lab meeting en lunch. Ik begin met een korte presentatie over een potentieel nieuw experiment. Gelukkig ben ik ondertussen zo vertrouwd met presenteren dat de voorbereiding erg snel gaat, want meer dan 10 minuten heb ik niet. Waar is de tijd dat ik een week kon uit trekken om een presentatie in elkaar te steken? Het tweede deel van de meeting is veel belangrijker: één van mijn medewerkers mag een voordracht geven op een grote conferentie, en gaat dit een eerste keer uitproberen met de directe collega’s als publiek. De feedback is soms vrij direct en drastisch (“ik zou het helemaal omgooien”), wat confronterend kan zijn, maar de collegiale sfeer zorgt ervoor dat iedereen er sterker uit komt.. Dat wil niet zeggen dat alle stress dan weg ebt. Ook niet bij mij. Tijdens een belangrijke presentatie van een medewerker blijkt Hans de Mentor tegenwoordig zenuwachtiger dan wanneer hij zelf op het podium staat.

16u. Cursus voorbereiden. Het eerste punt van mijn “te-doen-lijstje” voor vandaag. Eigenlijk wou ik hier deze voormiddag al aan beginnen. Of vlak na de lab meeting, maar toen kwam ik één van onze dieronderzoekers tegen en bleek er grondig overleg nodig over de beste manier om een experiment verder te zetten. Nu dus. De deur gaat toe. Ik wil een extra seminarie in één van de cursussen inbouwen. De overlap met mijn dagdagelijkse expertise is niet zo groot, dus dit vergt toch enig inlezen en nadenken. Hopelijk geraakt Hans de Onderwijzer vandaag toch al een eind op weg, want de rest van het te-doen-lijstje is nog lang.

17u. Telefoon. Een redacteur van Reyers Laat. Of ik deze avond zou kunnen helpen om duiding te geven bij een wetenschappelijke bevinding die al enkele dagen opduikt in de wetenschapskaternen van de geschreven pers. Doe ik het of doe ik het niet? Mijn te-doen-lijst is nog lang, de tijd die ik heb om mij voor te bereiden is eigenlijk nihil – er rest nog nauwelijks genoeg tijd om het artikel door te lezen. Ik kan een andere collega suggereren, maar het is duidelijk dat de journalisten in tijdsnood zitten. Als ik zelf niet kan gaan, wordt er met het onderwerp waarschijnlijk verder niets meer gedaan, en enige duiding is wel op zijn plaats. Ik negeer dus even Hans de Controlefreak die vaak zo nuttig is voor het wetenschappelijk onderzoek zelf, en ik zeg toe. Gevolgd door een telefoontje naar vrouwlief om te vragen om clementie omdat ik toch niet, zoals gisteren beloofd, vandaag wat eerder thuis ga zijn. En hop, daarna start een nieuwe rollercoaster voor de rest van de avond.

23u30. Ik ben thuis. Terwijl ik het bewuste fragment van de uitzending van Reyers Laat bekijk (als ik me nu niet dwing, dan doe ik het nooit), ga ik nog even over mijn te-doen-lijstje. Als je daarop afgaat, dan heb ik vandaag eigenlijk niets gedaan. Erger nog, er zijn net twee mailtjes binnengekomen van medewerkers met in elk een eerste versie van een manuscript. Meteen weer heel wat werk erbij, want Hans de Schrijver heeft de gewoonte artikels waarvan hij co-auteur is zeer grondig te herwerken. Dat zal ook nu het geval zijn, leert een eerste blik op de teksten me.  Mijn te-doen-lijstje is vandaag dus alleen maar langer geworden. Niet echt een geruststellende gedachte om mee te gaan slapen …

Dat verdient toch één glaasje voor het slapen gaan, bedenk ik me. Misschien deze keer wel een cocktail, zo ééntje met van alles wat. Dat is meteen ook het antwoord op de vraag waarmee mijn dochter de dag begon.

Reyerslaat

Hans Op de Beeck

Bekijk persoonlijke pagina