Liefste dagboek… van een kunsthistoricus.

22/04/2014 door Koenraad Brosens

De leden van de Jonge Academie houden beurtelings een dagboek bij. Elk van hen belicht een ander aspect van het leven van een wetenschapper: het schrijven aan een tekst, peer-review, onderwijs, veldwerk, archiefwerk, enz. Maar behalve wetenschapper, onderzoeker en professor,  zijn de leden van de Jonge Academie ook vriend, collega, moeder, vader, enz. In de dagboeken leest u hoe het leven van een wetenschapper er ècht uitziet. Maandelijks publiceren we een nieuw dagboek.

Deze kamer is behangen met treurnis zo dik dat het zelfs de beloofde Wifi-golven absorbeert. De bar van dit hotel blijkt evenmin een volière van vrolijkheid: het was alsof ik binnenwandelde in een vergeten gijzelingsdrama. Het badkamertje biedt gelukkig entertainment. Het toilet en bad druppen in disharmonie, en in de vochtvlek op het plafond vond ik al veertien figuren. Elke andere dag zou dit droevig drupdrup hotel me bedrukken, maar niet vandaag. Vandaag is een dag van groot geluk.

Vanochtend was ik trillend van opwinding op het vliegtuig gestapt. Nee, geduwd. Geduwd door een korte voetnoot die ik in een rafelrand van de kunstgeschiedenis had gelezen – een heel oud nummer van de Gazette des Beaux-Arts – en me onmiddellijk misselijk van spanning had gemaakt. Ze suggereerde immers dat ik hier, in Milaan, eindelijk het begin van een antwoord zou kunnen vinden op vragen die me ondertussen al lang achtervolgen. Vragen over ontwikkelingen in de Brusselse wandtapijtkunstrond 1750 – maar daar gaat het nu niet over. Nu gaat het over Verlossing, en hoe die, zo hintte de voetnoot, heel eenvoudig aan de andere kant van de Alpen op me lag te wachten.

KB dagboek JA 1

Op het vliegtuig overviel de vermoeidheid me, en zo ook het donkere besef dat ik weer op geleende tijd aan het leven ben. Deze korte reis is alleen maar mogelijk omdat ik vandaag en morgen in mijn agenda als “Katrien &Willem” had ingevuld. Vandaag en morgen waren inderdaad bedoeld als trage dagen voor mijn gezin. Maar academia is even veeleisend als verslavend. De honger om te leren en te weten, en natuurlijk ook de weinig uitgebalanceerde druk opgelegd door het universitair bedrijf, laten je vaak dingen doen die alles met elkaar maar niets met de mensen om je heen te maken hebben. Vaak spelen die dingen (onderzoek in archieven, bibliotheken en documentatiecentra, en lezingen in musea en universiteiten) zich een eind van huis af. Vaak vragen die dingen (lezen, analyseren en schrijven) stil isolement in een verder levendig huis. Altijd verslinden die dingen tijd. Het is niet heel moeilijk om oud te worden als kunsthistoricus. Kapseizende boekenkasten vormen de enige directe dreiging. Maar het is minder eenvoudig om niet alleen oud te worden, en om niet alleen als kunsthistoricus oud te worden. Daarom probeer ik regelmatig enkele avonden en weekends helemaal vrij te houden om mijn rollen als partner en papa op te frissen. Maar dan komt toch weer die honger of druk, en moet ik nog maar eens tijd lenen bij mijn vrouw en mijn zoontje. Het afbetalingsplan vult ondertussen onze hele kelder.

De vermoeidheid en somberte volgden me van de luchthaven naar de stad, en wandelend naar het archief begon het plots katten en honden te regenen. Maar dat was goed. Alle vermoeidheid en somberte spoelden weg. Nadat ik door de archivaris verwelkomd dan wel uitgescholden was (mijn kennis van het Italiaans is miniem en de man was een luide wervelwind), en hij een eerste bundel broos papier op mijn tafel had gesmakt, voelde ik opnieuw alle opwinding die me op het vliegtuig had geduwd.

Enkele minuten later sprong ik juichend en luchtboksend door de gang van het archief.

Archiefonderzoek komt in verschillende vormen. Soms voelt het als kniediep in zuigende modder met een dronken kompas. Soms is het een trage tocht door een donker bos, maar schijnt de zaklamp gelukkig scherp en precies. Heel soms, zoals vandaag, komen resultaten op schoot gekropen terwijl je in de zetel ligt te slapen. De bundel broos papier was inderdaad voorbij alle verwachting. Hij gaf niet alleen het verhoopte begin van een antwoord, maar bleek ook een speelgoedwinkel vol nieuwe vragen en antwoorden op nooit gestelde vragen.

KB dagboek JA 2

Het houdt nooit op, het is nooit genoeg. De kunstgeschiedenis zit vol gaten, en er bestaat niet één ‘juiste’ manier om kunst te bestuderen. Deze vaststelling is een uitnodiging, uiteraard; een uitnodiging tot een constante creatieve, kritische en nieuwsgierige dialoog met de bronnen uit het verleden, maar ook met de manier waarop we dat verleden proberen te reconstrueren. Die dialoog vreet energie: het houdt nooit op, het is nooit genoeg. Maar hij geeft ook energie, en nu en dan, zoals vandaag, een warme rush van geluk.

Slapen is niet onmiddellijk een optie, denk ik. Maar met Time Out of Mind en The Amazing Adventures of Kavalier & Clay in de buurt is dat geen straf.

KB dagboek JA 3

Koenraad Brosens

Bekijk persoonlijke pagina