Liefste dagboek… van een kunsthistoricus

21/05/2015 door Koenraad Jonckheere

De leden van de Jonge Academie houden beurtelings een dagboek bij. Elk van hen belicht een ander aspect van het leven van een wetenschapper: het schrijven aan een tekst, peer-review, onderwijs, veldwerk, archiefwerk, enz. Maar behalve wetenschapper, onderzoeker en professor,  zijn de leden van de Jonge Academie ook vriend, collega, moeder, vader, enz. In de dagboeken leest u hoe het leven van een wetenschapper er ècht uitziet. Maandelijks publiceren we een nieuw dagboek.

Een academisch leven is soms een emotionele achtbaan. De ene dag geeft een nieuw inzicht je een zaligere roes dan de beste drug en is de wereld te klein. De dag erna loopt een onderzoek spaak en is een lichte depressie nabij. En tussendoor … dan probeer je van het gezinsleven te genieten en een uurtje of vijf-zes slaap mee te pikken. Dat is niet evident als je die onstilbare honger hebt, die nooit aflatende wil om dingen te begrijpen. Ook onbegrijpelijke dingen, zoals mensen. Mensen die irrationeel reageren op rationele artikels. Collega’s die beslissingen nemen die ondoorgrondelijk zijn. Reviewers die snoeihard uithalen.

 

Maar het kan ook anders. Soms zijn er die kleine gelukjes. Zoals laatst, toen de dingen eigenlijk niet liepen zoals ik wou. Op mijn bureau lag een artikel waarin het laatste puzzelstukje maar niet wou vallen. Een vergadering liep niet zoals gepland en mijn to-do-lijstje werd langer in plaats van korter. En toen kwam die e-mail… Het e-mailbericht in een strak format dat elk half jaar komt: de studentenevaluaties.

Zoals elk semester hadden de studenten anoniem hun mening gegeven over de lange lesuren die ze hadden moeten luisteren naar mijn verhaal. Over hoe kunst niet alleen over schoonheid gaat, maar over zoveel meer. Over de manier waarop beeldtaal werkt. Over de kracht van kunst en de reden waarom ze mensen emotioneert. Mij passioneert het, maar je weet nooit of het studenten beroert.

De meeste studenten vullen de vragenlijst netjes in. Een groot overwicht aan positieve reacties stonden opgelijst. Dat is altijd fijn. En de obligate nare opmerking uiteraard. Dat er nog een typo op één van de 750 slides stond. Tja… Dat mijn stem te nasaal is. Oeps… Maar het hoort erbij. Als je les geeft aan bijna negenhonderd studenten, dan kan het niet anders of er zit een zure bij. Het hoort zo. En … ze dwingen me, bijvoorbeeld, om nog even al die slides door te nemen, en die kleine foutjes eruit te halen. Dat nasale stemgeluid laat ik voorlopig wat rusten; voor een operatie kan ik op dit moment maar moeilijk tijd maken…

En toch, dit jaar was het toch even iets anders. Tussen alle opmerkingen in stond één zinnetje. Onopvallend. Eentje dat ik niet had verwacht en me daarom diep trof. Een zinnetje waar ik naar kan terug grijpen wanneer het even wat minder fijn is in de academische wereld.  Want in dat zinnetje schreef een studente dat ze een traantje had weggepinkt in het laatste college. Ze was zo getroffen door de lessen dat ze er zowaar emotioneel van werd.

Het mag  een torenhoog cliché zijn, maar precies dit maakt lesgeven voor mij zo intens leuk. Ik kan er mensen mee raken. En als je mensen raakt, raakt dat meteen ook jezelf. Want dat ene zinnetje was meteen ook zo ontzettend herkenbaar voor mij. Na de laatste les van het semester valt er steevast een enorm gewicht van mijn schouders. Dat lucht op, maar is ook ontzettend emotioneel. Week na week het beste van jezelf geven, vreet energie. Ruim negenhonderd studenten bijna drie uur intensief onderhouden over kunst is geen sinecure. Iedere week, op woensdag, extra vroeg opstaan om de stof in te studeren – ik sta doorgaans al om half zeven onder de douche. Dat moet, want ik moet drie uur lang vertellen, enthousiasmeren, verrassen, grappig zijn, en de actualiteit van de dag meenemen in het verhaal. Zo werkt universitair onderwijs tegenwoordig. Vertellen met een cursus in de hand? Dat lukt niet meer. Week na week moeten we motiveren waarom we bestuderen wat we bestuderen. Kunst? Drie uur lang uitleggen aan de vaandeldragers van de toekomst waarom kunst belangrijk is! Kunst bijgod!

Noemt niet iedereen zich kunstenaar tegenwoordig? Heen en weer hollen in een veel te grote aula. Gesticuleren. Improviseren. Voor iemand zoals ik, die liever onder de grond kruipt dan tien mensen toe te spreken, is dat altijd een opgave. Voor iemand die houdt van de rust van een studeerkamer vergt dat week na week een grote emotionele inspanning. Het is telkens weer die angst overwinnen; de zenuwen onder controle houden. Het is vertrouwen op het instinct. Telkens opnieuw hopen, en steeds vaker ook weten – gelukkig – dat het wel goed komt.

Daarom is dat ene zinnetje zo fijn. Omdat al mijn inspanningen dan lonen. Omdat ik dan jonge mensen kan raken – al is het maar voor even en het besef groeit dat wat ik doe dan toch niet zinloos is. Dat die beeldtaal waarop ik zelf zo verliefd ben – en die stilaan de belangrijkste taal is op deze wereld ! – ook andere mensen fascineert. Dat studenten begrijpen dat kunst veel meer is dan mooi en lelijk. Dat die halfjaarlijkse VDAB lijstjes over nutteloze studies onzin zijn. De toekomst is aan het beeld en wie het begrijpt. Facebook, Instagram, Pinterest? We communiceren steeds vaker met beelden. Zinloos om dat te bestuderen?

Dat ene zinnetje van die studente vertelt me ook waarom die twee woorden die de evaluatiecommissie me halfjaarlijks toestuurt me niets doen. “Zeer goed”. Het zijn twee woorden op basis van geabstraheerde cijfers. Grafiekjes ook. Beeldtaal zonder emotie. Al wat menselijk is ontbreekt. Willen we dat?

DSC_0190

Koenraad Jonckheere

Bekijk persoonlijke pagina