Liefste dagboek… van een bioloog.

22/04/2014 door Tine Huyse

De leden van de Jonge Academie houden beurtelings een dagboek bij. Elk van hen belicht een ander aspect van het leven van een wetenschapper: het schrijven aan een tekst, peer-review, onderwijs, veldwerk, archiefwerk, enz. Maar behalve wetenschapper, onderzoeker en professor,  zijn de leden van de Jonge Academie ook vriend, collega, moeder, vader, enz. In de dagboeken leest u hoe het leven van een wetenschapper er ècht uitziet. Maandelijks publiceren we een nieuw dagboek.

Geen wekker deze ochtend, maar een kakofonie van tjirpende insecten, schreeuwende apen en zingende vrouwen haalt me uit mijn slaap. Het leven in de brousse begint vroeg: nog voor zonsopgang is iedereen al wakker en druk in de weer. Ik besluit hun voorbeeld te volgen en worstel mij onder mijn muskietennet vandaan. Door het raam van mijn hut werp ik mijn eerste nieuwsgierige blik op Kédougou, een levendig stadje in het zuidoosten van Senegal.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Gisteren ben ik hier samen met mijn doctoraatstudent Frederik in het holst van de nacht aangekomen. Het was een slopende, veertien uur durende rit vanuit Dakar, slalommend tussen de diepe kuilen die standaard tot het wegennet lijken te behoren. Het laatste stuk ging dwars door het pikdonkere nationaal park Niokolo-Koba dat met zijn 913.000 hectare het grootste natuurreservaat van West-Afrika vormt. Het werd ons afgeraden om zo laat nog door het park te rijden, maar gelukkig konden we een beroep doen op Lamine, die – naar eigen zeggen –in een vorig leven nog chauffeur van de eerste minister was…Af en toe werden we abrupt gestopt door een plichtsgetrouwe parkwachter die ons verblindde met zijn zaklamp, om te controleren of we geen wild in onze koffer meesmokkelden. Stroperij is een hardnekkig probleem in dit deel van Senegal. Terwijl de zon opkomt, begin ik aan mijn opvallend continentaal ontbijt: stokbrood, confituur en Nescafé. Zouden de Fransen hier zijn geweest?

Na het ontbijt ontmoeten we onze Senegalese collega Sy, die deze regio heel goed kent. Samen gaan we met de dorpsoudsten praten over de opzet van onze studie. Mijn relatiegeschenk bestaat uit kratjes cola en knaloranje Fanta. Zo’n relatiegeschenk is nodig, want mijn verzoek is niet zo alledaags. Ik wil van elk schoolkind een staaltje urine en een staaltje stoelgang krijgen.Daarin wil ik eitjes van de Schistosoma platworm vinden. Die parasiet huist in de bloedvaten van de mens, waar ze honderden eitjes per dag produceert die deels met de stoelgang of urine afgevoerd worden. De eitjes die blijven steken,leiden tot zware ontstekingsreacties van de lever en de blaas, soms met fatale afloop. Deze ziekte, ook wel bilharzia of schistosomiase genoemd, treft wereldwijd meer dan 200 miljoen mensen, vooral kinderen in Sub-Saharisch Afrika. Het doel van ons onderzoek is de parasieten genetisch te karakteriseren om hun verspreidingspatroon in kaart te brengen en de impact van bijvoorbeeld behandeling op hun evolutie te achterhalen.

De kinderen vinden het allemaal best grappig, zelfs wanneer ze terug de bosjes ingestuurd worden als blijkt dat hun plasje niet voldoende was of de inhoud van hun potje net iets teveel op een geitenkeutel lijkt. Veel gegniffel en gelach, soms vraagt de leraar of dorpsoudste een extra potje voor zichzelf, en sommige kinderen versieren hun potjes zo mooi als waren het kleine verjaardagscadeautjes.

 

In ons provisoire veldlaboratorium worden de stoelgangstalen meteen met een tandenborstel door een zeef geplet, gespoeld en verdund. Onder de microscoop zoeken we de eitjes die niet veel groter zijn dan een tiende van een millimeter. We hangen zo wel uren boven deze exotische brouwsels, een ware olfactorische aanslag! Denk daarbij aan tropische temperaturen (nee, geen airco hier), zwermen uitgelaten bromvliegen, nauwe latex handschoenen en trage, parelende zweetdruppels langs het voorhoofd … Ik denk aan mijn Vicks neuszalf… die ik thuis vergeten ben…mijn ultieme redmiddel in zulke situaties. Maar goed, we doen niet flauw: alles voor de wetenschap!

 

Al bij al ben ik toch opgelucht wanneer dit deel van het onderzoek achter de rug is en de behandeling kan starten. Dat is altijd een hele happening. Dorpelingen stromen toe, kinderen worden gewogen om de exacte dosis te bepalen, geiten komen nieuwsgierig kijken, leraren helpen kinderen met het slikken van de tabletten en,overal is er gelach en gestoei… Het is een uitdaging om in deze chaos het overzicht te bewaren en geen fouten te maken. Gelukkig wordt er doorgaans rijkelijk voorzien in die zoete, typisch Senegalese muntthee, soms in ware ceremoniestijl.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Het directe contact met de bevolking, even mogen meedraaien in hun gemeenschap, het gevoel iets nuttigs en concreets te kunnen doen met duidelijk resultaat… ik krijg er een instant goed gevoel van. ‘Hiervoor doe ik het’, denk ik dan. Maar dat gevoel kan snel keren. Na de vergadering worden we meegetroond naar een klein donker hutje waarin een zieke jonge man ligt. Hij heeft duidelijk professionele hulp nodig, en wel dringend. Vol hoop kijken ze me aan. Ik voel me plots heel klein. Zieke mensen in dit kleine dorpje geraken meestal niet verder dan de maraboet, de lokale traditionele genezer. De jongen die we spreken, heeft acht broers en zussen verloren. Over malaria of slaapziekte werd nooit gesproken, nee, hun familie was simpelweg ‘vervloekt’.

 

Als we aanstalten maken om de infectiehaarden in kaart te brengen, zet de hele meute kinderen zich opnieuw in gang, een vrolijke, springerige stoet die zich voor en achter ons uitstrekt. Enthousiast wijzen ze ons de plekken waar ze zich wassen of zwemmen, en helpen ze ons met het vangen van kleine zoetwaterslakjes. Die diertjes zijn namelijk de bron van alle ellende. Ze fungeren als ‘incubatoren’ waarin de schistosoma parasiet zich aan een duizelingwekkend tempo vermenigvuldigt. Wanneer ik met mijn hoge gummilaarzen in het water sta, overvalt me weer dat tegenstrijdig gevoel: door een toevallige speling van het lot kan ik me boven de wetten van ziekte en armoede stellen, terwijl mijn kleine kompanen op hun blote voeten door de besmette poel waden. Er wordt wel degelijk geïnvesteerd in voorlichting, maar hoe hou je in ’s hemelsnaam kinderen uit het water bij zulke tropische temperaturen?

 

In ons studiedorp blijken alle kinderen zwaar geïnfecteerd met de schistosomaparasiet. Dat kan je soms zien aan de dikke opgezwollen buikjes, maar vaak ook zijn er helemaal geen aanwijzingen of symptomen. Sinds kort worden in heel wat dorpen de kinderen om de twee jaar systematisch behandeld door het nationaal bestrijdingsprogramma, maar veel dorpjes zijn simpelweg niet bereikbaar. Daarom investeren ze nu in bromfietsen, zodat er relatief snel medicatie of teststalen kunnen worden getransporteerd. Je moet namelijk recht door de brousse en rivieren rijden om er te geraken. Of je neemt de helikopter, zoals de presidentsvrouw. Zij komt volgende week het veldhospitaal bezoeken dat door haar gefinancierd wordt.En op haar agenda staat ook een bezoekje aan ons volgende studiedorp. Dat ligt zo geïsoleerd dat zelfs onze 4×4 er niet kan geraken. Dat wordt dus klimmen en klauteren geblazen.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Op de terugweg naar ons verblijf spelen we ‘taxi-brousse’ voor vrouwen met baby’s of een verse oogst pindanoten (die overigens zeer te smaken zijn) op de rug. Een fietser laat deze kans evenmin onbenut en springt met fiets en al de koffer in. Je zou verbaasd staan hoeveel mensen met hun hele hebben en houwen in zo’n laadbak passen. De dieprode aarde steekt scherp af tegen de blauwe hemel en de groene papaja- en mangobomen. Door de boxen speelt de muziek van Orchestra Baobab die zich vermengt met het gebabbel op de achterbank. Zo kan ik nog uren verder rijden…

Vandaag zitten we nog in een mooie herberg mét zwembad (alles voor de wetenschap…), maar morgen trekken we meer de brousse in om dichter bij ons studiegebied te zitten. Dat wordt back to basics, vrees ik, en ik zit nu al onder de vreemde rode uitslag… Insha’Allah zoals ze hier zeggen, we zien wel wat de dag ons brengt.

Tine Huyse