Liefste dagboek…. van een ecoloog

01/03/2016 door Frederik De Laender

We should do this together! Met goede intenties neemt Frederik De Laender de leiding om met vijftien collega’s samen te werken aan een manuscript… Het begin van een goede 1 aprilgrap?

Ik vertrek morgen op congres en dat blijf ik fantastisch vinden. Ik ontmoet collega’s van wie sommigen vrienden zijn geworden. We praten eerst wat over de kinderen en dan pas over wetenschap. Vaak volgen voornemens waarvan ik denk dat we ze maken opdat we mekaar wat meer zouden zien: we should do this together. In 99 procent van de gevallen verwateren die intenties tot iets ondefinieerbaar in het najaar en ben ik ze vergeten met kerstmis. En toch maken we ze telkens opnieuw.

Het is goed dat slechts één intentie op honderd de status van samenwerking haalt. Zeker als die éne intentie meteen uitdraait op een samenwerking met vijftien collega’s. Vooral als wordt verwacht dat je vervolgens de leiding neemt in het schrijven van het manuscript. En al helemaal als het de eerste keer is dat je een artikel schrijft met vijftien anderen.

Het leek nochtans allemaal erg eenvoudig, tijdens die workshop afgelopen winter in het koude Leipzig. Het denkwerk was gedaan. De tekst was zo goed als klaar, het artikel zou zichzelf schrijven, we hadden enorme vooruitgang geboekt in vier dagen. We waren genieën die branie met efficiëntie combineerden. Resterende taakjes werden verdeeld, harde deadlines werden gesteld. We lachten en aten taart. We zetten Bach en Mickey Mouse in het dankwoord. Hilariteit. De voorzichtige suggestie om de tijdsplanning iets minder ambitieus te maken werd unaniem de deur gewezen: het manuscript zou op 1 april ingediend worden.

1 april dus. Collectief en prematuur in de maling genomen, alsof we onbewust een flauwe aprilgrap uithaalden met onszelf. Wij hadden op z’n minst 2 april kunnen kiezen. Een deadline die we dan op een even onhandig manier hadden gemist. Mijn stelling is dus dat we de deadline misten omdat zo’n paper schrijven een onhandig gedoe is. Dat, beste dagboek, doe ik zo dadelijk uit te doeken, maar eerst dit.

Ik zie een filmpje waarin een vijftiental mensen collectief jagen op Thomsongazelle, ontsnapt uit een reservaat. “Thomsongazelles staan bekend om hun bijzondere loopvermogen en wendbaarheid”, zegt de stem. Het inferieure loopvermogen en de beperkte wendbaarheid van de mens blijven onbesproken. Dat blijkt voldoende uit het filmpje. Uiteindelijk slaagt de groep erin de gazelle te vatten, al moest ze daartoe eerst verdoofd worden. U begrijpt de analogie wel, beste dagboek: daar loopt onze deadline vrolijk voorbij te huppelen, als een gazelle. Terwijl wij elkaar maar voor de voeten lopen, elkaar verkeerd begrijpen en ons hier en daar pijn doen. Wat de analogie is met die verdoving weet ik niet. Uitstel misschien.

Papers schrijven met vijftienen is een onhandig gedoe. Natuurlijk zijn er de typische moeilijkheden zoals tijdsgebrek en een rode draad die nog te veel aan het toeval overlaat, ook al was hij vooraf afgesproken. Maar dat valt allemaal in het niet bij de onhandigheid van het collectieve schrijfproces. Hoe schrijf je met vijftienen aan een stuk? Ik hoor je denken aan termen zoals ‘taakverdeling’ en ‘coördinatie’, beste dagboek. Termen die heerlijk resoneren in ons helder gestructureerd brein en ons weer even het gevoel geven dat een onfeilbaar recept ervoor gaat zorgen dat we ons werk tijding indienen.

Jawel, dagboek, ik had iedereen een sectie toebedeeld. De taken waren netjes verdeeld. Er waren eerste auteurs per sectie en opvolgers die het materiaal kritisch zouden nalezen alvorens het in een gemeenschappelijk document te plaatsen. Ik zou dan alles aan mekaar lijmen tot een eerste draft. Uiteraard waren er ook de deadlines voor dat alles. En consignes, die ik zelf streng in een lijst had gegoten en verspreid naar alle auteurs.

Twee maanden geleden had een coauteur, ondanks de consignes, ondanks de werkverdeling, de hele paper gereviseerd, inclusief alle onafgewerkte en nog te verwijderen stukken. Anderen begonnen dat voorbeeld te volgen (‘want wij dachten dat dit mocht/moest’), en nog anderen dachten dat de stukken die we gingen verwijderen, nu toch in het artikel mochten blijven, wat hen inspireerde tot enkele extra paragrafen. Ik ben toen even naar buiten gegaan om een luchtje te scheppen en om mezelf eraan te herinneren dat ik te allen tijde professioneel wil blijven. En dat ik met de coauteur die de dominoreactie in gang zette, graag eens over de kinderen praat en dat zo wil houden. Even later zag ik mezelf een e-mail schrijven waarin ik de mensen bedankte voor de geleverde commentaren. Vervolgens plakte ik beleefd de eerder verstuurde consignes eronder met de vraag contact met me op te nemen indien iets niet duidelijk is (ha!). De grens tussen leiderschap en arrogantie is dun denk ik dan, en of je ze al dan niet overschrijdt, heeft veelal met stijl te maken.

Een aantal weken geleden (wie praat er nog over deadlines?) stuurde ik een eerste volledige versie door van het artikel naar de groep van vijftien. Vandaag kreeg ik de laatste opmerkingen binnen. Normaal gezien ben ik een grote fan van track changes in tekstverwerkingsprogramma’s, omdat het me het gevoel geeft echt wat werk te hebben verzet, na ettelijke uren een artikel aan te passen en te voorzien van commentaren. Nu weet ik dat track changes van meer dan vijf editors in één document het risico op epilepsie reëel maken en de zinnen evolueren zoals in obscure spelprogramma’s uit de jaren tachtig waar elk team een woord krijgt met als opdracht een grammaticaal correcte maar desnoods nietszeggende zin te vormen. Pret verzekerd. Ik overweeg ernstig het schrijven van een monografie.

Met hernieuwde moed zal ik na het congres beginnen aan een volgende versie. Ik heb namelijk een volledig plan uitgedokterd. De tekst is praktisch klaar. Ik heb nog niet in detail kunnen kijken, maar allicht schrijft het artikel zichzelf. De vooruitgang die we hebben geboekt de laatste vier maanden is enorm. Branie met efficiëntie combinerend zijn wij genieën.

Frederik De Laender

delaender2-opheld

Frederik De Laender

Bekijk persoonlijke pagina