Liefste dagboek… van een bio-ingenieur

01/04/2016 door Sarah Lebeer

Moederschapsverlof: een échte time-out van het academische leven. Of toch niet helemaal? Een heel leuk Citizen Science-project en het wortelseizoen zorgen dat bio-ingenieur Sarah Lebeer ons kan trakteren op een boeiend staaltje work-life balance. Haar dagboek schreef ze over Ferme Pekes en haar zwangerschapsrust.

Allemaal Ferme Pekes

Na bijna twee maanden op een laptoparm dieet, zet ik me nog eens achter mijn computer om dit dagboek te schrijven. Onze jongste dochter Kato werd twee maanden geleden geboren en dat veranderde mijn dagelijkse routine ingrijpend. Waar ik voorheen bijna volledige dagen achter mijn laptop zat te wroeten aan artikels, projectaanvragen, reviews, e-mails … bestaan mijn dagen nu vooral uit ons baby’tje voeden en verzorgen, de twee andere kinderen naar school brengen en ophalen én het huishouden doen. Ik oefen volop om de juiste vlechten en staarten te maken bij onze oudste dochter Hanna (een ‘visgraat’ lukt me nog altijd niet) en ik probeer de was en strijk van vijf gezinsleden te organiseren.

Een echte time-out van het academisch leven. Of toch niet helemaal? Het onderzoek van mijn team staat zeker niet on hold. Er wordt ontzettend hard gewerkt in mijn labo. We kregen immers de unieke kans om een heel leuk Citizen Science-project rond wortelfermentatie op te starten dat we Ferme Pekes noemden. We bestuderen namelijk al enkele jaren de microbiologie en de melkzuurbacteriën in gefermenteerd groentesap, onder andere in stalen die we krijgen van chef-koks zoals Rose Green en Kobe Desramaults, en fermentaties die we zelf in het labo opzetten. Dat gaf ons al interessante inzichten in de microbiële ecologie van zulke fermentaties, dankzij het talent van doctoraatsstudent Sander Wuyts om DNA van micro-organismen te analyseren en de fijne hulp van collega’s uit Leuven en Brussel.

Zo is één van onze belangrijkste onderzoeksvragen of wortelfermentatie ‘robuust’ is. Gaat er met andere woorden zelden iets fout? Krijgen de nodige melkzuurbacteriën altijd de overhand? Door reacties op onze samenwerking met Kobe en Rose, onder andere tijdens het Krachtvoerfestival van vorig jaar, merkten we dat heel veel mensen thuis groenten fermenteren. We kregen het idee om aan 40 deelnemers te vragen in hun eigen keuken wortels te fermenteren. Zelf fermentaties opzetten gaat immers traag en geeft maar een beperkt inzicht in het belang van omgevingsparameters zoals de bron van de wortels (bio, supermarkt, eigen moestuin), de lucht, de gebruikte luchtdichte potten … Door geïnteresseerde vrijwilligers aan te moedigen om deel te nemen en stalen af te geven, zouden we veel sneller meer, maar ook nieuwe informatie kunnen verzamelen. Zo denken we ook aan de ontdekking van nieuwe stammen van melkzuurbacteriën met interessante eigenschappen. In ruil krijgen de deelnemers zelf info over de microbiologie van hun sap.

Het wortelseizoen en de worteloogst vielen echter midden in mijn geplande moederschapsverlof. Er werd even getwijfeld om het project met één jaar uit te stellen, maar een jaar is lang in wetenschappelijk onderzoek. Daarom besloten we er samen met mijn gedreven team van postdocs, doctoraatstudenten en laboranten voluit voor te gaan. De enthousiaste steun van het magazine EOS en van de communicatieverantwoordelijke van onze faculteit waren bijzonder welkom. Ik beloofde me beschikbaar te houden voor de nodige communicatie met de pers en een kort woordje op de infoavond. Na de lancering van de oproep in de media probeerde ik dat dus zo goed mogelijk te doen. Beeld je hierbij een live interview in met Radio 2 om 6u40 in de ochtend: terwijl ik vurig hoop dat Kato (dan net vijf weken oud) rustig blijft in de armen van haar papa, hoor ik boven mijn zoon wakker worden en roepen om zijn mama. Of beeld je een journalist van de krant in die belt voor wat extra uitleg, terwijl ik net de twee oudste kinderen van school probeer mee te krijgen en zij dus op de achtergrond meeklinken.

Maar de media-aandacht werkte wel en in geen tijd hadden we de nodige deelnemers voor ons project. De inschrijvingen moesten we snel stopzetten, omdat we in het labo maar een bepaald aantal analyses klaar krijgen op redelijke tijd. Jammer voor de geïnteresseerden, maar ook jammer voor ons, want hoe meer stalen, hoe beter de wetenschap.

De speciale dag die ik uitkoos voor dit ‘Dagboek van de Jonge Academie’ is het eerste hoogtepunt van ons project ‘Ferme Pekes’. Twee weken na de oproep houden we een infoavond met alle 40 deelnemers. Ze krijgen de nodige uitleg over het project en een workshop van chef Rose Green over de fermentaties in sterrenrestaurant In de Wulf. Mij werd gevraagd om ter inleiding kort ons onderzoek voor te stellen. Zo’n presentatie maken is normaal gezien een fluitje van een cent. Maar deze keer ging het me duidelijk minder gemakkelijk af. Toch gek hoe snel je uit de ‘academische routine’ kan geraken. Of zou het toch waar zijn dat je intellectuele capaciteit tijdelijk een dip neemt na de bevalling?

Uiteindelijk lukt het me tijdig iets samen te stellen. Om 19u vertrek ik, samen met baby en mijn mama als babysit, naar de infoavond. Kato is net zeven weken en omdat ik borstvoeding geef, kan ik haar nog niet lang alleen bij papa laten. Bij mijn aankomst blijkt alles reeds piekfijn klaargezet te zijn door Leen, Sander, Eline en Ingmar, dus ik kan mijn mama nog snel een korte rondleiding geven in het labo. Ik heb zelfs nog tijd om Kato kort even te voeden. Ondertussen worden de eerste deelnemers verwelkomd met een drankje en arriveert chef Rose met het materiaal en de proevertjes voor haar sessie.

Om 20u begin ik kort de inleiding te geven. Ik hoop maar dat de deelnemers niet merken dat ik momenteel niet voltijds met dit onderzoek bezig ben en dat mijn uitleg – ondanks het slaaptekort van de voorbije weken – enigszins helder overkomt. Gelukkig gaat het vlot, en dan neemt Rose het van me over. Rose wijdt de deelnemers heel enthousiast in in haar visie op fermentatie en haar creatieve ideeën. Ik kan zelf niet alles van haar uitleg meepikken, want ik ga ondertussen even kijken bij mama en baby en neem Kato zelf in de draagzak omdat ze onrustig is. Gelukkig helpt dat snel en kunnen mama en ik vanachter in de zaal nog wat meeluisteren. Ook mijn mama is enthousiast over het project en haalt herinneringen op aan haar eigen ervaringen met groentefermentaties van toen mijn ouders nog zelf een moestuin hadden en veel met biologisch eten bezig waren. Ze moedigt me ook aan om thuis wat meer te experimenten en zelf mee te doen met ‘Ferme Pekes’.
Als laatste overloopt Sander wat we van de vrijwilligers verwachten. We vragen eigenlijk best wel wat van onze deelnemers. Tien tot vijftien kilo wortelen vermalen met de blender of sapcentrifuge tot ca. drie liter sap is een helse opdracht. Na toevoeging van 2,5 procent zout moeten ze het sap netjes verdelen over drie weckpotten. Vervolgens op dag 1, dag 3 en dag 30 een staal nemen. Gelukkig zijn de deelnemers enthousiast en haakt niemand af. De vragensessie achteraf is pittig maar interessant. Sommige deelnemers hebben veel ervaring en hebben ook nuttige tips voor elkaar. Het is heel fijn om al dat enthousiasme te zien.

Bij het schrijven van dit dagboek een week na de infoavond, zijn de stalen van dag 1 en dag 3 allemaal netjes binnengekomen. Mijn laboteam maakt zich op voor de ultieme stalen van dag 30. Ik volg het onderzoek van thuis uit, maar probeer toch vooral te genieten van de laatste weken van mijn zwangerschapsrust en van mijn kinderen. Want dat zijn ook wel ferme pekes.

Benieuwd naar de resultaten? Lees hier meer!